Carnaval, vasten en andere gekkigheid

Ik vlucht morgen weg. Ik vlucht van de carnaval gekte naar de zon toe. Ik heb er niks mee. Ik kan me nog herinneren dat ik me vroeger verkleedde als prinsesje, indiaan, boze heks of hippie. Hippie zijn was een tijd lang in. Dan mocht je een oud hemd van je vader helemaal begaaien, kapot rafelen en coole dingen er op schrijven als ‘peace’ en ‘make love, not war’. Ik voelde me toen wel ‘the bomb’. Op de basisschool hadden we op carnavalsvrijdag altijd een feest. Een soort ‘disco’ zelfs. Ik was altijd blij als het 15.00 uur was en het verplichte hotsen en klotsen over was en ik weer naar huis mocht, helemaal doorweekt van de natte sneeuw in mijn prinsessenjurk. Zo een tien jaar geleden was carnaval wèl leuk, tenminste dat dacht ik toen. Verkleed als sexy prinses, sexy indiaan, sexy boze heks of sexy hippie naar de stad. Er was voor de jeugd een speciale tent opgezet waar geen alcohol werd geschonken, maar hoe cool was het om toch de gele dopjes van de Flügel op je neus te zetten?! Ik was weer ‘the bomb’. Carnaval hield op met leuk te zijn voor mij toen ik legaal mocht drinken. In plaats van één keer per jaar helemaal los te gaan, kon het nu ieder weekend. Waarom zou je je dan in een apenpakje hijsen, irriterende schmink opdoen en je irriteren aan de meisjes die precies zijn zoals jij vijf jaar eerder? Het enige wat ik overhoud aan carnaval is het ‘vasten’. Niet vasten zoals de Bijbel dat voorschrijft, maar 40 dagen zonder alcohol. Ik begin niet gelijk na carnaval want ik heb nog wat dingen opstaan waar ik wel echt bij moét drinken. Ik doe het ook niet echt 40 dagen aan één stuk door, want ik ga tussendoor nog een weekendje naar bierstad Leuven. Maar ik ga het ook dit jaar weer doen, (bijna) 40 dagen geen alcohol. Ik doe het maar half zo goed, maar het is de gedachte die telt. Dat zal vast ook de gedachte zijn van de 13-jarige meisjes die eruit willen zien als zusters maar de helft van de kleding zijn vergeten.

Mijn geluk

Komende zondag, 12 april, ben ik jarig. Ik word dan drieëntwintig jaar. New year, new me. Ik heb besloten om mijn geluk te delen. Mijn vrolijkheid, mijn goede resultaten, iedereen mag mee zweven op mijn roze wolk. Ik ben zo klaar met al die negativiteit. Van die mensen die het altijd zwaar hebben, altijd moe zijn, altijd ziek zijn en die het altijd zo druk hebben. Ga toch weg. Ik heb daar helemaal geen zin in. Ik voel me dan verplicht om mijn geluk voor me te houden. Ik voel me schuldig als ik ga vertellen dat ik (bijna) nooit ziek ben, ik heb het helemaal niet zo druk en ja, ik ben ook al tweeëneenhalf jaar gelukkig met dezelfde vriend. Heerlijk toch. Duw je bullshit ergens waar de zon niet schijnt. Ik ga me niet langer inhouden. Sinds ik ben begonnen met mijn derde Hbo-opleiding, ben ik nog nooit zo gelukkig geweest. Ik vind de vakken leuk, haal goede resultaten en ben volgens mij gewoon uit de puberteit. Ik kan me ook nog wel die dagen herinneren dat ik liever de hele dag in bed lag want het leven leek zo zwaar. Nou, ik zal je vertellen; het leven is een feest, je moet alleen zelf de slingers ophangen. Je kiest er zelf voor om je dag met een glimlach te beginnen of niet. Vanaf zondag ga ik mij niet meer inhouden. Je mag lekker tegen me klagen hoor, wil vrienden niet afschrikken nu. Maar ik ga je ook vertellen hoe dolgelukkig ik tegenwoordig ben. Tuurlijk heb ik ook wel eens een dipje, maar ik kies ervoor om er snel weer uit te klimmen. Ik ga nu met een glimlach mijn huiswerk maken, want de zon schijnt. En daar word ik blij van. “The most simple things can bring the most happiness.”

Aan de chauffeur van lijn 50 naar Aachen op 19-12 om 13.46.

Ik ken maar heel weinig mensen die positief spreken over het openbaar vervoer. Er is altijd rotzooi; ze zijn vaak te laat, of te vroeg; het is te warm, of te koud in bus/trein en de dienstregeling verandert ook zonder bericht.
Mijn vader en moeder vinden reizen met de bus altijd een uitje. Kan ik me wel voorstellen als je maar twee keer per jaar je lot overlaat aan het openbaar vervoer. Voor menig student zoals ik, zijn bedrijven zoals de NS en Veolia een toppunt van irritatie.
Maar ik irriteer me graag, daar ga ik goed van schrijven.

Aan de chauffeur van de lijn 50 naar Aachen dus. Ik heb u wel door. U reed in bus nummer 1566. Dit nummer heb ik goed onthouden voor mijn klacht naar Veolia straks. Niet dat Veolia wat gaat doen met die klacht, maar ik hoop dat u wel op uw wandaden wordt aangesproken.
Ik had u al vrij snel door. Het begon namelijk toen u bij de halte ‘Ceramique’ in Maastricht zomaar langs reed bij een halte. Een zielig meisje maar mee rennen met de bus, in de stromende regen, maar u, dienstverlener als u bent, u rijdt gewoon door. De vraag ‘waarom?’ blijft onbeantwoord, want de bus zat niet te vol.
Ik doe altijd een klein dutje in de bus. Niet dat ik echt slaap, maar ik dommel gewoon een beetje weg. Ik heb het intense geluk om altijd op tijd te ontwaken. Ook vandaag. Het was wel al 14.20 maar ik wist dat mijn aansluiting nog moest vertrekken. Ik vroeg u daarom heel vriendelijk of u mijn aansluiting kon vragen om even te wachten. “Nee, die is al weg hoor.” Het motto ‘niet geschoten is altijd mis’, komt vast niet voor in uw dienstverlener-woordenboekje. Op het moment dat de lijn 50 aankomt bij de bushalte en ik mijn aansluiting nog zie staan, sprint ik naar voren en smeek u om de bus te laten wachten. U maakt het rondje af en murmelt erna “Oh kijk nou, hij rijdt net weg.” De bus was niet weggereden als u een halve minuut eerder even had opgeroepen om de bus te laten wachten. Maar nee, nogmaals, de betekenis van het woord ‘dienstverlener’ is bij u niet helemaal duidelijk. Wat was ik woedend toen ik de bus uitliep, in de stromende regen, met een overvolle rugzak. Ik heb u dat ook laten merken toen ik langs u liep.

Naar mijn mening zijn chauffeurs van het openbaar vervoer nog steeds dienstverleners. Het motto ‘service with a smile’, past goed bij de sector dienstverlening. Helaas was deze incompetente chauffeur niet bekend met het motto. Jammer.

Ik wil niet heel Veolia afkraken natuurlijk. Daarom wens ik alle andere werknemers van Veolia een prettige Kerst toe. Alleen deze ene minder vriendelijke chauffeur hoeft van mij geen kerstpakket te ontvangen.

Voorbeeldfunctie van Onno Hoes

De Maastrichtse burgemeester Onno Hoes is weer eens in het nieuws. Dat is geen nieuws. Hij is op vakantie naar een ‘ver land’. Mensen vinden dit verdacht omdat er een akkefietje was met de 20-jarige Robbie Hasselt. Meneer Hasselt is de hele reden van mijn blog. Mijn moeder en ik werden toch wel nieuwsgierig na het lezen van de teletekst nieuwsberichtjes op L1. “Ik ga die Robbie Hasselt eens googlen.” Googlen doe je tegenwoordig wanneer je feiten wilt. Googlen zou een woordenboekwoord moeten worden, helaas staat het hier nog steeds rood onderstreept.
Ik die Robbie dus gegoogled (ik google, jij googlet, wij hebben gegoogled), en ik snap al niet waar de interesse van Onno vandaan komt. Kan aan mij liggen. Na een beetje googlen, kom ik erachter dat Robbie een eigen site heeft. “Als eerst wil ik voor het vertellen van mijn verhaal melden dat mijn intentie vanaf dag 1 is geweest om te kijken hoe en wat Onno wil van me. Ik heb dan ook absoluut geen interesse in deze man en/of seksueel actief te zijn met hem. Mijn punt in deze situatie is dat hij als Burgermeester van Maastricht een voorbeeldfunctie heeft en dit absoluut niet kan.” Toevallig vind ik taal best leuk en denk ook dat ik best goed ben met taal en het eerste wat me opvalt is het cijfer 1. Cijfers tot en met tien schrijf je altijd uit lieve Robbie. Burgermeester. Wat is een burgermeester dan? Met hoofdletter zelfs! We lezen verder. “Hierop heb ik toch een gesprek met hem aangegaan…” Hierop heb ik een gesprek aangegaan? Nog meer, want ik geniet hiervan. “Ik ben der op ingegaan en het spelletje meegespeeld.” Der… moet ik hier nog over vertellen? We eindigen het verhaal van mijn talentvolle vriend Hasselt met: “Het is niet mijn bedoeling om Onno Hoes zwart te maken als persoon, maar wel duidelijk maken wat hij doet in zijn rol als burgemeester. Der is zo veel opspraak over deze man in de rol als burgemeester, hij toont zijn gezicht niet en loopt weg van de problemen in zijn stad. Maar dit doet de burgervader.”

De voorbeeldfunctie dus. Robbie Hasselt, hoe durf jij iemand met een voorbeeldfunctie zo naar beneden te halen met je intens slechte schrijfstijl en taalgebruik? Dit kan toch geen mens serieus nemen? Je maakt niet alleen Onno Hoes belachelijk maar je maakt jezelf nog het meest belachelijk van iedereen. Je zou je moeten schamen! Ga met je ‘pijpbekkie’ eerst eens een les Nederlands volgen en wanneer je fatsoenlijke zinnen kunt maken, ga ik pas een oordeel vellen over de heer Hoes.

Autumn thoughts

Bloggen is voor mij zo veel makkelijker als ik iets te klagen heb. Gelukkig heb ik al een behoorlijke tijd weinig te klagen, helaas is deze positiviteit niet goed voor mijn creativiteit. Het is herfstvakantie. Het is koud, regenachtig en met mijn fleece-superman-broek probeer ik er maar het beste van te maken. Stapels papieren, boeken, aantekeningen en samenvattingen liggen naast me. “Read me, read me,” roepen ze allemaal tegelijk naar me. Maar daar heb ik even bar weinig zin in. Mijn ouders zijn op vakantie naar de zon, mijn vriendje zit weer in het noorden van het land en het laatste waar ik zin in heb is om me te verdiepen in Engelse woordjes, Duitse geschiedenis en marketingplannen. Ik heb zin om te wandelen in het bos en diepe gesprekken te voeren. Helaas ben ik lui en zoals gezegd, behoorlijk alleen. Afgelopen dinsdag had ik een Amerikaanse vriend op bezoek in Maastricht. Daar had ik (tot mijn verbazing) wel goede gesprekken mee. Mijn plan was om tijdens mijn reis naar Amerika een super-mega interessant verhaal te schrijven over politieke kwesties en overtuigingen van Amerikanen. Aangezien de Amerikanen die ik ken weinig van de wereld afweten, heb ik dit geniale plan maar moeten laten varen. Ik wilde dolgraag praten over Ukraine, oorlog en geloof. Maar de mensen hadden nog nooit van Ukraine gehoord, oorlog lijken Amerikanen te vermijden en ook het onderwerp geloof is heel gevoelig. De verborgen journalist in mij probeerde discussies te ontlokken maar ik had al snel door dat ik bepaalde meningen beter voor me kon houden. Tot afgelopen dinsdag dus. Heerlijk, praten met een Amerikaan die buiten the States is geweest en weet waar die over praat. Een Amerikaan die afval scheidt, gelooft in global warming én in de evolutietheorie. Iemand die niet wilt trouwen op zijn tweeëntwintigste maar eerst een carrière wil opbouwen. Wat helemaal het toppunt was, hij is een Amerikaan waar ook mijn vriendje positief over was. Een vriendin van mij was afgelopen zomer in Nepal om daar straatkinderen te helpen. Bij terugkomst van haar reis, was ze veel kalmer en waardeerde ze veel meer wat ze had. Ik kan nog meer voorbeelden noemen maar wil alleen zeggen dat zo blijkt weer eens dat reizen daadwerkelijk je horizon verbreedt. Ik ben zo intens dankbaar voor mijn ouders die mij en mijn broer hebben meegenomen naar Duitsland, Frankrijk, Spanje, Turkije, Malta, Hongarije en Bulgarije en meer. Maar zeker voor de grote reizen naar o.a. China, Mexico, Cuba, Thailand, Indonesië en Vietnam. Ik ben blij dat ik culturen kan vergelijken, bekritiseren en liefhebben. travel-quotes-7

“The world is a book and those who do not travel read only one page.” – St. Augustine

I’m back!

I’m back in the States! Het heeft drie jaar geduurd, maar eindelijk ben ik terug in Amerika. Terug naar mijn gastgezin en vrienden die ik heb leren kennen toen ik hier in september 2010 aankwam als exchange student. Voordat de reis geboekt was, was ik me aan het bedenken hoe lang ik zou gaan. Voor de prijs van een ticket maakt het niet uit of ik twee, vier of zes weken zou verblijven. Na wat overleg met het thuisfront leek ons 18 dagen genoeg. Beter dat ik langer had willen blijven dan dat ik eerder naar huis wilde komen.

Maar nu ben ik dus veilig aangekomen en meteen vielen me weer een aantal dingen op. Ik kwam op woensdagavond aan in Houston en daar stond mrs. Jennifer en haar zus Aunt Ida. We zouden die avond slapen bij een neef van Erica in Houston. Of dat een directe neef is of een neef van de neef van de zus van de tante van de achterneef van de bakker, dat is maar de vraag. Een enorm huis, ENORM. Zo een MTV Cribs huis, ‘this is where the magic happens’. Wat me dan meteen opvalt, een enorm huis met drie meubels er in en nergens een persoonlijke foto of wat voor persoonlijk tintje dan ook. Het huis had van iedereen kunnen zijn. Dat heb ik in Nederland nooit gezien, een onpersoonlijk huis. Zelfs van de goedkoopste studentenkamer maken we tegenwoordig een eigen stulpje. “I got y’all lil guhs some dinnah,” zei de gastvrouw. ‘Dinnah’ hier betekent dat ze om vier uur ’s middags al naar ‘Popeyes’ is geweest en wij om acht uur ’s avonds koude kip mogen kluiven. Maar na al dat vliegtuigeten was ik tevreden met alles anders dan rijst. Ik ging snel naar bed want na een reis van 25 uur ben je best wel moe.

De volgende ochtend reden we dan eindelijk naar New Iberia. Een reis die vier uur zou duren. Dat is niks in Amerikaanse begrippen. Ontbijten gingen we bij Ihop (International house of pancakes). Dus alweer fastfood na fastfood. “No guh, Ihop aint no fastfood. You aint got no burgers there.” Ik dacht altijd dat fastfood gewoon betekende dat je wat voor eten dan ook snel in een of ander vetje braadt, en dat serveert. Ihop is dat ook, snel en vettig ontbijten. Maar nogmaals, culturen verschillen dus voor ontbijt hadden we gewoon ‘vers’ eitje en ‘heerlijke wheat toast’. Onderweg naar Louisiana zie je, zoals je verwacht bij Amerika, enorme reclameborden langs de weg omhoog steken. “Texas swagger in a burger”, vond ik zelf wel een leuke. Wie zegt er nou nog ‘swagger’? Ook borden langs de weg komen op mij weer hilarisch voor: “Maximum 65 / minimum 45”. Een minimumsnelheid aangeven! Wie doet dat?! Hoe slim is dat? De helft van de mensen op leeftijd in Nederland zouden zich kapot schrikken en (eindelijk) opgejaagd voelen. Hier nog een: “Prisonarea, do not pick up hitchhiker”. Ja joh, want die vrolijke hippie met bordje ‘New Orleans’ kan wel iemand zijn die drugs dealde in Mexico en vier mensen heeft vermoord.

Bij de state line van Texas naar Louisiana staat een enorme ster, wow, waar natuurlijk foto’s gemaakt moeten worden. Eindelijk zijn mijn overdreven glimlach en pose op foto’s weer normaal. Dat is iets wat ik nooit heb afgeleerd, a big smile op foto’s. Bij de state line is een gebouwtje waar je toeristische folders kunt meenemen, en er staat een vending machine waar je ijskoude cola, dr pepper, fanta en noem het maar op kunt krijgen for just one dollar. Nou nee, ik heb een flesje water dat ik drink om tien uur in de ochtend. Nu ik me bewust ben van het feit dat ik drie jaar geleden in tien maanden tien kilo was aangekomen, probeer ik nu echt op te letten. Dat is moeilijk in een cultuur die leeft van fastfood. Nogmaals, fastfood is voor mij alles wat snel en onverzorgd wordt bereid/verkocht. Vending machines met alle soorten chips en koekjes en ernaast een machine met alle soorten fris, ook dat is een vorm van fast food. Food dat je fast mee kunt nemen en onderweg kunt verorberen.

In New Iberia aangekomen ging ik direct naar mijn vriendin Allison. Met tranen in onze ogen hebben we wel tien minuten staan knuffelen. In de auto leek het alsof ik nooit was weggeweest, dat is wat vriendschap betekent. We gingen als verrassing naar haar tante, die mijn biologielerares was geweest toen ik hier naar high school ging. Ook deze mevrouw kreeg tranen in haar ogen toen ze me zag. Ze liet me haar huis zien waar een enorme guest room is waar in ‘anytime’ gebruik van mag maken. Dit zal dus hopelijk niet mijn laatste tripje zijn. In de avond ben ik naar New Orleans (N’Awlins) vertrokken om Erica te treffen. Ook dat weerzien ging gepaard met veel knuffels. Met Erica leek het ook alsof ik nooit was weggeweest. Gezellig gekletst en gegeten en toen we bij haar thuis kwamen moest ze snel naar de fitness. Erica is een super lief zusje maar een beetje OCD, alles onder controle houden; calorieën en opruimen. Na negen uur te hebben geslapen ben ik weer een beetje fit en ga zo maar even aan het zwembad liggen. We vertrekken vanavond naar Atlanta dus een druk weekend staat voor de boeg.

Overwinning

Het is me gelukt. Voor het eerst sinds drie jaar ben ik over naar het tweede college jaar. Reden voor een feestje. Stiekem heb ik niet het idee dat ik dit jaar meer heb gedaan dan die andere jaren. Ik doe nog steeds alles last-minute. Al denk ik wel dat iedereen zich daar in herkent; uitstel gedrag. Wat ik dit jaar wel heb gedaan, is me op de achtergrond houden. Heel moeilijk maar ik ben wel ergens gekomen. Ik heb nagedacht voordat ik wat zei en stak niet altijd als eerste mijn vinger op.
Misschien scheelt het ook wel dat ik me dit jaar heb gerealiseerd dat ik het voor mezelf doe, studeren. Na drie maanden fulltime te hebben gewerkt vorig jaar, ben ik tot het besef gekomen dat studeren nog niet zo verkeerd is. Welke werkende heeft er nou zes weken vakantie? Beetje je best doen en je hebt zelfs zeven weken vakantie.

Ik had vorig jaar totaal geen idee wat ik later voor beroep wilde uitoefenen. Journalist leek me leuk, PR-manager sprak me aan, ‘iets met sales’ klonk leuk, maar een concreet doel had ik niet. Ik wist dat ik perse tijdens mijn studie naar het buitenland wilde, het liefst zo ver mogelijk weg. Mijn studie nu, European Studies, is zo breed dat ik altijd wel iets leuk vind en met twee buitenland-uitwisselingen, precies de studie voor mij. Het scheelt dat mijn vriendje maar twee minuten van school afwoont en dat ik daar geregeld een kopje thee kan drinken. Wat ook scheelt, is dat hij heel fanatiek is. Iemand die een dubbele master doet, weet toch wel iets lijkt me. Dat houdt voor mij de lat hoog. Niet dat ik ooit een dubbele master ga doen, maar ik wil later niet mijn steenrijke, megaslimme man vragen om wat geld. Met mijn studie en later geniale baan, ga ik mijn eigen geld verdienen. Het draait niet alleen maar om geld, het draait er om dat je vier jaar lang een studie volgt die jou aanspreekt. Vier jaar lijken niet lang, maar vier jaar lang iets met tegenzin doen, is ontzettend zwaar. Mijn gratis advies is daarom; studeer vier jaar iets wat je leuk vindt. Wat je erna met je papiertje gaat doen, zie je dan wel!

En voor de mensen van mijn leeftijd die nu wel al zijn afgestuurd; succes met het zoeken van een baan. Ik chill hem nog even lekker deze vakantie.

 

“Procrastination is the art of keeping up with yesterday.” ~Don Marquis